FACESTORIES
14/04/2026
Cees Dam (1932-2026)
Interview voor FACESTORIES 2017
63. Cees Dam
De inhoud is het belangrijkst, zegt Cees Dam die beroemd is geworden met zijn unieke architectuur. Maar zoals we weten dwingt de inhoud een bepaalde vorm af. Hij concentreert zich het liefst op de inhoud. Niet vreemd voor iemand met een religieuze opvoeding. Als zevende kind werd hij in een katholiek gezin geboren, helaas overleed zijn jonge moeder kort na zijn geboorte. De zus van zijn moeder nam de baby in huis. Het leven in dat pleeggezin was warm en liefdevol, ‘ik had het niet beter kunnen treffen’. Hij beweert in staat te zijn om vandaag de dag nog steeds te kunnen herkennen of medemensen een harmonieuze jeugd hebben gehad of niet. Hij kijkt ons glimlachend aan. Het gaat dus niet om de biologische relaties, aldus Cees, maar om de liefde om je heen. Zo heeft hij later ook een liefdevolle relatie met zijn vrouw weten op te bouwen, ruim veertig jaar waren ze samen. ‘Van verliefdheid ga je na vele jaren langzaam over in het samen functioneren, maar voor alles geldt; respect en vrijheid zijn cruciaal voor een goede relatie.’ Hij wil geen nieuwe partner in zijn leven, het is goed zo. En uiteindelijk leeft hij al jaren met de overtuiging die overal voor geldt en enorm gerust stelt, ‘het komt nooit meer goed.’ Zolang je je daarvan bewust bent in deze wereld, kun je gaan kijken naar wat er dan wel nog de moeite waard is. Pessimistisch? Helemaal niet. Cees Dam kent een enorme realiteitszin, waarbij hij zijn angsten gemakkelijk weet te parkeren. Hij praat veel en zegt nog meer met zijn gebaren. ‘Als je goed kijkt, en goed luistert, en je weet ook nog waar het over gaat, dan ben je iemand.’ Het is een mooie gedachte, die past bij een hoogleraar bouwkunde aan de TU Delft. Aan die universiteit ging hij met plezier het avontuur aan. Die functie is uitzonderlijk vanwege zijn achtergrond, hij is afkomstig van de Academie, ‘ik ben een timmerman die Latijn spreekt.’ Nog steeds is Cees gek op het avontuur, ook buiten de architectuur, ‘dat is tenslotte de enige manier om vooruit te komen in het leven. Als je blijft hangen in je ervaring, in dat wat je al kent, ontdek je niets nieuws en kom je nooit vooruit. Dat geldt ook op intellectueel niveau. Verwondering en verbazing zijn veel nuttiger dan ervaring.’ Met Cees aan tafel zitten is wel degelijk een heel bijzondere ervaring.
Tekst: Ariella Kornmehl
Foto: Julie Blik
12/11/2025
Wat kan ik zeggen? Ik was verrukt om Jessica eindelijk te ontmoeten! Een echt gezellig 'schrijvershuis' waar we heerlijk met elkaar konden praten en dat ging natuurlijk ook veel over Israël, Joods zijn in deze tijd en andere (misschien wel leukere) onderwerpen. Omdat Jessica afgelopen zondag een prachtige lezing gaf in de Portugese Synagoge naar aanleiding van de herdenking van de , leek het me mooi haar woorden hier te plaatsen in plaats van de gebruikelijke FACESTORIES tekst.
Net na de uitnodiging voor deze lezing vond ik in ons ouderlijk huis onlangs een rolletje met negatieven waarop tot mijn verbazing Kristallnacht Baden Baden stond. Ik heb ze meteen bij Het Kruidvat laten ontwikkelen – u kunt een paar afdrukken terugvinden in de folder.
Pas na wat onderzoek heb ik begrepen wat ik er eigenlijk op aantrof.
Die lange rij mensen op de fotos, dat waren de joden van Baden Baden, die onder dwang uit hun huizen waren gehaald en door de stad moesten marcheren. Sommigen met bordjes vóór met spottende teksten of davidsterren. Bekeken door hun stadgenoten tussen wie ze tot die tijd gerespecteerde posities hadden bekleed, met wie ze zaken hadden gedaan. Mede door diezelfde stadgenoten werden ze nu gedwongen om in hun synagoge teksten uit Mein Kampf voor te lezen. Terwijl de SA (de Sturm Abteilung) én burgers voor hun ogen hun heilige boeken en voorwerpen vernietigden - en daarna de synagoge lieten branden - moesten ze het Horst Wessellied zingen, het n**i lied.
De plaatselijke brandweer die ter plekke was moest er wél voor zorgen dat het vuur niet oversloeg, op gebouwen van niet-joden, maar kreeg het pertinente verbod om het te blussen.
Verder werden joodse winkels en familiebedrijven van joden leeggeroofd en vernield, joodse mannen mishandeld en gearresteerd. Een van hen stierf. Veertig van hen werden naar een concentratiekamp gestuurd.
Sinds 1988 staat er in het hart van Baden Baden een stenen gedenkzuil ter herinnering aan die nacht, 10 november 1938.
Baden Baden is de stad waar mijn vader werd geboren en tot zijn negende woonde.
Een jaar voor Kristallnacht was het hem en zijn familie gelukt naar Nederland te vluchten. Na Kristallnacht (of eigenlijk: nachten) probeerde bijna elke joodse familie die nog in Duitsland woonde weg te komen. Mijn grootouders hebben meteen na die nacht hemel en aarde bewogen om de zus van mijn oma uit de stad te krijgen.
Tot die nacht waren er zelfs nog joden geweest die huizen hadden durven kopen in de mondaine en internationaal georienteerde stad met zijn kuuroord, zoveel vertrouwen had men zelfs toen nog dat de terreur wel weer zou overwaaien.
Kristallnacht was het keerpunt waarbij bij iedere jood de laatste restjes schellen van de ogen vielen.
Slechts heel weinigen overleefden het vernietigingsprogramma van de n**i’s. Mijn vader was een van de overlevenden, zijn ouders niet.
De meeste Duitsers vinden Kristallnacht een n**iwoord, politiek incorrect en te mooi met zijn associaties aan sprookjes en glinsterend kristal. De nacht waarop de SA maar vooral gewone Duitsers, honderden synagogen platbrandden, de etalageruiten van 7500 joodse winkels en zaken verbrijzelden, huizen verwoestten, duizenden joden mishandelden … die nacht noemt men in Duitsland liever Pogromnacht of Novemberprogrom. Tegen de vierhonderd joden stierven en minstens 30.000 werden die dagen gedeporteerd naar concentratiekampen.
En omdat de n**i’s in dat verarmde land toch wat bezorgd waren over het effect op de gewone Duitser van de onvoorstelbare kapitaalvernietiging van die nacht, stelden ze de joden er aansprakelijk voor.
Die Juden sind am allem schuld.
Vanaf die nacht (en daarom herdenken we hem ook) was elke twijfel over Hi**ers bedoelingen voorbij.
De n**i’s waren bijzonder begaafd in het vinden van manieren om haat te zaaien. Om oorzaken, aanleidingen, voorwendsels te zoeken die het haast onvermijdelijk, zelfs nobel maakten om zich tegen joden te keren.
Een rustige groep die het goed deed, aan zichzelf genoeg had, andersgelovigen met rust liet, heette gaandeweg de jaren dertig steeds nadrukkelijker anders te zijn, geslepen, boosaardig, levensgevaarlijk, een probleem, een Frage.
Die Judenfrage leek steeds dringender aan een oplossing toe.
Hi**er had de gewone Duitser tijdens Kristallnacht (sic) nog lang niet actief en agressief genoeg gevonden, en liet de film Der ewige Jude maken, waarin joden voorgesteld werden als een groep ratten die ziektes verspreidden.
Heinrich Himmler claimde dat Joodse bolsjewieken 30 miljoen doden op hun geweten hadden,
de beruchte massamoordpartij in Katyn door de Sovjets, waarbij 22.000 Polen stierven, werd in de schoenen van de joden geschoven. Ja zelfs de bombardementen op de Duitse steden, door de geallieerden, waren zogenaamd uitgevoerd door joden.
Met mensen met zoveel genocides op hun naam, die joden, is het niet zo cool om bevriend of loyaal te zijn.
Een van de allerengste dingen van toen (en nu) is wel om te zien hoe gebrekkig het instrumentarium van mensen is om propaganda te herkennen. Hoe ontvlambaar haat, verontwaardiging en uitsluiting zijn, zeker als er al iets smeult, een vertrouwd soort afkeer die je met anderen blijkt te delen, met mensen bij wie je horen wil en die met veel zijn. Een paar zorgvuldig gekozen woorden is dan genoeg om de temperatuur te laten stijgen.
En wat een bevrijding om je dan uit te kunnen leven op de groep die anderen kennelijk ook anders vinden, de groep die je tegenstaat. Ineens mag je.
Je voelt je gesterkt en zuiver: zij zijn fout en intrinsiek slechte mensen, moordenaars, geen mensen zoals jij.
Die openlijke haat en afkeer dimden in Nederland na de oorlog wel íets, al was van authentieke warmte geen sprake. De zichtbare ontreddering onder de joodse bevolking, de vele verdwenen families, de ontelbare verwoeste mensenlevens deden de haat tijdelijk verstommen.
Shoah of Holocaust zijn gaandeweg begrippen geworden naarmate er meer inzicht in de misdaden van de n**i’s kwam – het zijn woorden die jarenlang ontzag en diepe huivering wekten, een scala aan beelden. Ze wisten met hun gedragenheid de zwaarte en de uniciteit ervan enigszins over te brengen, en verankerden zich in het discours van alledag.
Inmiddels lijkt zich daarin een verandering te hebben voltrokken. Voor sommigen die zich identificeren met de pijn in Gaza is het herdenken van de Holocaust moeilijk geworden, een aanleiding om dader- en slachtofferschap te herzien. Kennelijk verdient voor hen het herdenken van de slachtoffers van de Shoah vraagtekens nu er in Gaza zoveel mensen stierven.
Geen conflict heeft de afgelopen decennia zoveel mensen op de been gebracht, en men kan zich afvragen hoe dat komt.
Voor veel mensen blijken de strijders van Hamas verzetsstrijders, Palestijnen slachtoffers, en Israeli’s de nieuwe n**i’s, handzame patronen, verhelderend, easy. Wat een vreemde omkering, wat een hevige emotie.
Het woord genocide in verband met Israël hebben die mensen omarmd, omarmd zoals verhalen soms omarmd worden. Ja, ze hebben toen de joden willen verdelgen, maar nu verdelgen ze zelf, dus geen gezeur meer over de holocaust – die joden zijn net zo erg als n**i’s.
Als het met antisemitisme echt helemaal niets te maken had zouden joodse studenten niet worden uitgesloten en bang gemaakt, zou het woord ‘joden’ niet zo vaak vallen in verband met de oorlog in Israel en Gaza,
zouden antisemitische incidenten niet zo drastisch in aantal zijn toegenomen, zouden joodse professoren (zoals Elena Kantorowicz in Rotterdam) niet worden gecanceld, of kookboekenschrijvers, zoals Yigal Krant,
Israelisch/joodse films niet geweerd, zoals op het IDFA, Israelische filmmakers, hoe links en verbindend ook, hun accreditatie niet worden onthouden, joodse restaurants niet aangevallen.
Joden zelf zouden zich niet zo diep aangetast voelen in hun gevoel van veiligheid, en zich niet dagelijks gedwongen voelen zich te verhouden tot het land waar familie of verre verwanten indertijd respijt vonden voor vervolging en moord. De grens tussen anti-israelisch enthousiasme en jodenhaat is fluïde, een fine line, een explosieve lijn.
Tachtig jaar nadat de ergste pogrom op joden na de tweede wereldoorlog een oorlog ontketende tussen Hamas en het joodse land, lijkt herdenken van de Holocaust erger beladen dan ooit, achterhaald misschien wel, het roept zelfs agressie op. Alsof het een vals beroep op deernis is.
En het nare is dat de weerstand niet tegen de regering van Israel is gericht, die de oorlog voert die zoveel woede oproept, maar tegen het voltallige Israelische volk en allen in de diaspora - omdat die hoe dan ook iets met dat joodse land hebben.
De beklemming die bij het H-woord hoort, Holocaust, lijkt daarbij voor sommigen te hebben afgedaan. Alsof het alleen een woord is waarmee joden anderen grotesk de mond willen snoeren.
Begrijp me goed, de Holocaust mag nooit dienen als chantagemiddel – iets waarmee je elke discussie en dialoog doodslaat. De officiele reactie op de brief die een deel van de joodse gemeenschap uitstuurde, uit verdriet over het schrappen van het Chanoekaconcert, en een fors appèl deed op begrip, verried allergie voor de emotionele argumenten. Maar we hoeven niet eens terug naar de Holocaust om te zien dat het afzeggen van vieringen zoals een chanoekaconcert een nederlaag is.
Het toegeven aan de druk van een dergelijk eventueel protest, dat zijn legitimiteit en bestaansrecht ontleent aan een verbijsterende stroom aan felle eenzijdige propaganda, soundbites en gebrek aan inzicht, is laf en ook gevaarlijk. Een precedent voor ergerere lafheid, en kaalslag uit voorzichtigheid.
De Holocaust was ooit als een toren die ontzag en huiver wekte, een toren van verdriet die eerbied afdwong, en daarmee bescherming bood tegen de haat die eraan ten grondslag had gelegen. De herinnering wist die haat te taboeïseren, een pantser omheen te vormen.
Inmiddels houden we elke herdenking onze adem in, van angst. De bescherming die de symbolen van de deernis bieden is broos geworden, uitstervend als de lichamen van de laatste overlevenden dat zijn. Alsof de jaloezie op het lijden eindelijk zijn kans ziet om zich te ontdoen van wat sommigen kennelijk al heel lang dwarszat.
Afgelopen augustus werd de gedenkzuil voor Kristallnacht (pogromnacht) op de W***y Brandtplatz in Baden Baden, opzettelijk met sokkel en al uit de bodem geramd.
Hopelijk wordt hij hersteld.
Tekst: Jessica Durlacher
Foto: Julie Blik / FACESTORIES
Klik hier om uitgelicht te worden.